Categorie archief: Blogpagina

Bulletin Marcel Proust Vereniging 2019

 Bulletin van de Marcel Proust Vereniging, nr 9. De Boekdrukker 2019, 84 p.(red. Wouter van Diepen en Manet van Montfrans)

Bulletin nummer 9 omslagOp 10 december 1919 werd de Prix Goncourt uitgereikt aan Proust voor zijn Jeunes filles en fleurs. Dat niet Roland Dorgelès de prijs won met zijn loopgravenroman Les Croix de bois maar Proust met het tweede deel van zijn romancyclus over een lang vervlogen tijd, veroorzaakte de nodige ophef. Hoezeer zij het met de uitverkiezing van Proust aan het rechte eind had, kon de toenmalige jury niet vermoeden. Honderd jaar later wordt de Recherche nog steeds gelezen, opnieuw vertaald en opnieuw uitgegeven.

Daarnaast putten ook jongere generaties auteurs weer inspiratie uit dit fabelachtige hoogtepunt van de twintigste-eeuwse literatuur. Proust forever zoals de titel van een van de bijdragen aan dit Bulletin luidt. In Nederland verschenen in het jubileumjaar 2019 alle delen van de Recherche opnieuw bij de Bezige Bij, met daarin een nieuwe, geannoteerde vertaling van Les jeunes filles en fleurs van Désirée Schyns en Philippe Noble. Met hun artikel over de dilemma’s waarvoor zij zich bij hun vertaling à quatre mains gesteld zagen, opent dit Bulletin. Uit de bespreking van twee eveneens recente studies blijkt dat er zowel voor de beginnende als de doorgewinterde Proustlezer ook goed leesbare Nederlandstalige gebruiksaanwijzingen bij de Recherche voorhanden zijn. En voor wie geïnteresseerd is in de talrijke secondaire personages levert de zoektocht door de Recherche naar de ogenschijnlijk onbetekenende Théodore een verrassende ontknoping op.

Onder de titel Le mystérieux correspondant et autres nouvelles inédites verscheen
in oktober 2019 een verzameling nooit eerder uitgegeven novelles die Proust bestemde voor Les plaisirs et les jours (1895) maar er uiteindelijk niet in opnam. Uit de in dit Bulletin besproken bundel ‘Marcel Proust et Reynaldo Hahn’, samengesteld door Luc Fraisse in samenwerking met twee musicologen, wordt al veel duidelijk over de context waarin Proust deze novelles heeft geschreven. Maar Le Mystérieux correspondant zelf wil de redactie, voor één keer in de rol van Sheherazade, als cliffhanger gebruiken. Het volgende nummer van dit Bulletin zal zeker een bespreking wijden aan deze recent uit de archieven opgedoken teksten.

Georges Perec, een gebruiksaanwijzing

Georges Perec, een gebruiksaanwijzing 9200000108613992

Presentatie op 3 october 2019, Spui25, van herziene en uitgebreide herdruk van Georges Perec, een gebruiksaanwijzing (2003).  Met een nieuw hoofdstuk over ‘het ondergewone’, meer details over de lipogramteksten  en Lieux ,  analyses van Tentative d’épuisement d’un lieu parisien, van Je me souviens, het dromenboek, en uitbreiding van het hoofdstuk over Het leven een gebruiksaanwijzing.  

Ook wordt de heruitgave van W of de jeugdherinnering in de vertaling van Edu Borger gepresenteerd. Sprekers zijn de essayist Cyrille Offermans, ruimtelijk ontwerper Frans Bevers, schrijfster Radna Fabias en Manet van Montfrans.

Sanne Vanderbruggen van toneelgroep BOG leest een passage voor uit Een man die slaapt.

Spui25, Spui 25-27, 1012 VX Amsterdam

17.00 -19.30 uur

aanmelden via website Spui25

Onuitgegeven werk van Proust

In Le monde des livres van 23 augustus 2019:

Op 9 oktober 2019 verschijnen bij de Editions de Fallois acht niet eerder uitgegeven novelles van Proust: Le mystérieux correspondant et autres nouvelles inédites, édité par Luc Fraisse. Bernard de Fallois (1926-2018) bezorgde in de jaren vijftig twee belangrijke teksten van Proust, Jean Santeuil, en Contre Sainte-Beuve. In zijn testament vermaakte hij zeven archiefdozen met Proust-materiaal aan de Bibliothèque nationale française. Daarin bevonden zich de op een na niet eerder uitgegeven verhalen. Het zijn de vruchten van een nooit voltooid proefschrift waarvan een gedeelte, Proust avant Proust, dit jaar al bij Les belles Lettres is gepubliceerd. Waarom heeft Proust deze verhalen niet opgenomen in Les plaisirs et les jours (1896)? En waarom heeft De Falllois nooit van hun bestaan gerept?

Proust zou deze verhalen, die als onderwerp de homoseksualiteit hebben en die hij geschreven had ten tijde van zijn verhouding met Reynaldo Hahn, niet hebben willen publiceren. De uitgave ervan zou Bernard de Fallois, wiens bemoeienissen met het vroege werk van Proust geen genade konden vinden in de ogen van de toenmalige academische Proust-specialisten, gedwongen hebben hen opnieuw te benaderen.  We horen er ongetwijfeld nog meer over.

De rue Simon-Crubellier in Amsterdam

De  rue Simon-Crubellier op het Stadionplein

Sinds november 2018 is de rue Simon-Crubellier, het adres van het appartementengebouw in Perecs grote roman, Het leven een gebruiksaanwijzing ,  niet langer een imaginair adres. In november 2018 werd in Amsterdam, op het plein tegenover het voormalig Olympisch stadion, een omgevingskunstwerk onthuld dat door de maker, de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire (Cambridge, 1977),  ‘11, rue Simon Crubellier’ werd gedoopt. Het is een drie-kamerappartement zonder muren, de meubilering ervan kwam tot stand door een selectie uit vijftig soorten huishoudelijke voorwerpen, van elke soort waren er vijf items waaruit de bewoners van het plein een keuze mochten maken. Vier van de vijf items waren afkomstig uit Nederlandse museumcollecties, zoals apparatuur uit het Nemo museum of designmeubilair uit het Stedelijk Museum Amsterdam. De definitief gekozen meubels en gebruiksvoorwerpen, enigszins cartoonesk uitvergroot, zijn vervaardigd uit zwart brons en grijs beton. Darbyshire zegt zich bij zijn werkwijze te hebben laten inspireren door de contraintes en de vormaspecten van Het leven een gebruiksaanwijzing.

Het kunstwerk is bedoeld als ontmoetingsplek voor de buurtbewoners in de openbare ruimte maar heeft ook een kritische teneur. Het interieur weerspiegelt de wijk: de algemene smaak, de sociaaleconomische samenstelling, leeftijdsopbouw, ras en geloof.

Zie ook https://marionalgra.wordpress.com/

Proust in de Lage Landen: Viering van het 45-jarig bestaan van de Marcel Proust Vereniging

Met Proust in Haarlem

Marcel Proust (1871-1922) maakte in zijn leven slechts enkele buitenlandse reizen. In de zomer van 1893 verbleef hij in het mondaine Sankt Moritz en in het voor- en najaar van 1900 bracht hij een maand door in Venetië. In oktober 1898 bezocht hij in Amsterdam de grote Rembrandt-tentoonstelling die ter gelegenheid van de kroning van Wilhelmina was georganiseerd. In oktober 1902 reisde hij via Brugge (tentoonstelling van Vlaamse Primitieven), Antwerpen, Dordrecht en Delft naar Amsterdam.* Vanuit Amsterdam, waar hij in het Hotel de l’Europe logeerde, maakte hij een dagtochtje met een trekschuit naar het schildersdorp Volendam, ging hij naar Den Haag om Het gezicht op Delft van Vermeer te bewonderen en naar Haarlem voor de Frans Hals collectie. In het Louvre had Proust al een grote bewondering opgevat voor Rembrandt, Pieter de Hooch en Ruysdaël. Hij was echter van mening dat een schilderij aan betekenis wint als je het ziet in de omgeving waarin het gemaakt is. Proust bekeek Nederland dan ook ter plekke door de bril van de schilders van de Gouden Eeuw en trad daarbij in de voetsporen van zijn landgenoot Eugène Fromentin (Les Maîtres d’autrefois) en  vele andere Europeanen voor wie een verblijf in Nederland net zulke verplichte kost was als de Italië-reis. Vanaf 1909/1910, toen hij begon te werken aan zijn grote roman A la recherche du temps perdu, sloot Proust zich op in zijn werkkamer annex slaapvertrek aan de boulevard Haussmann, waar hij tot 1919 woonde. De indrukken die hij tijdens zijn reizen had opgedaan werden daar tijdens het schrijfproces ingesponnen in een ingenieus web van motieven en verwijzingen waarin Rembrandt en Vermeer een prominente rol spelen. Ik noem de beroemde scène waarin Proust de schrijver Bergotte laat sterven tijdens een bezoek aan een tentoonstelling van Vermeer in het Jeu de Paume. ‘Zo zou ik heb moeten schrijven’, verzuchtte Bergotte bij het aanschouwen van Het gezicht op Delft, en blies de laatste adem uit.

Maar ook Prousts bezoek aan Haarlem heeft zijn sporen in de Recherche nagelaten. Tijdens een diner bij de hertog en hertogin de Guermantes komt het gesprek op de schilderkunst en laat de verteller zich ontvallen dat hij op zijn reis langs de musea van de Lage landen Haarlem heeft overgeslagen. De hertogin, die haar eigen portret door de schilder Elstir  een gelijkenis vindt vertonen met De regentessen van het gasthuis van Frans Halsreageert hierop verontwaardigd. ‘Wat, u hebt een reis naar Nederland gemaakt en u bent niet in Haarlem geweest? Maar, al had u maar een kwartier de tijd gehad, het is iets buitengewoons om de schilderijen van Frans Hals te hebben gezien. Ik zou willen zeggen – al kreeg je ze maar te zien vanaf een dubbeldekstram zonder te stoppen, stel dat ze buiten waren tentoongesteld, dan zou  je je ogen wagenwijd moeten openzetten’.  Een opmerking die de verteller in staat stelt het snobisme van het aristocratische milieu belachelijk te maken, en tegen te werpen dat bij het bekijken van kunst je oog niet eenvoudig een registrerend apparaat is dat momentopnamen maakt. (De kant Van Guermantes, De Bezige Bij, 2004, 547-548).

Tijdens  haar recente drie lustra volgde de Marcel Proust Vereniging (opgericht in 1972) Proust op zijn tocht door Nederland: na Delft (2007) en Dordrecht (2012),  koos zij voor de viering van haar vijfenveertigjarig bestaan op 27 november 2017 Haarlem.  Bij de rondleiding door het Frans Hals museum bleken de Regentessen van het Gasthuis zich in het restauratieatelier te bevinden, zodat de deelnemers het,  voor zover het deze bron van Proust betrof,  op hun i-phone waren aangewezen.

Frans Hals - De regentessen van het oudemannenhuis (1664)
Frans Hals – De regentessen van het oudemannenhuis (1664)

 

 

 

 

 

 

 

Het recital met liederen van Prousts apollinaire-de-karper-la-carpe-doormantijdgenoten  (Fauré, Saint Saëns, Franck e.a.) ‘Extase of spijt: Tijd die stil staat, of verglijdt’‘door Vera Ramer (sopraan) en Peter van de Kamp (pianist) deed de verschillende speculaties over de inspiratie van la petite phrase de Vinteuil  de revue passeren. Wie zich teveel dreigde te laten meeslepen door melancholie werd door het  ironische karper-lied van Poulenc uit zijn gronderige stemming gehaald. (www.youtube.com/watch?v=bDP56XRlJB8)

*Zie hierover ook Marcel Proust Aujourd’hui no 10 (2011), waarin deze en andere aspecten van Prousts Voyage en Hollande worden belicht door een internationaal gezelschap van Proust-specialisten. Zo bleek bijvoorbeeld uit de studie van de manuscripten dat Amsterdam in de eerste versies van de Recherche nog een idyllische droombestemming was waarin liefde en kunst hand in hand gingen. In de definitieve versie is de droom een nachtmerrie geworden: de ik-figuur maakt in zijn door ziekelijke jaloezie gevoede verbeelding van Amsterdam een oord van verderf, een waar ‘Sodom’, waar zijn geliefde, Albertine, hem ontrouw is geweest of zal worden. Via een omweg wordt Albertine geassocieerd met de Bethsabee van Rembrandt die op het punt staat op de avances van  Koning David in te  gaan en haar echtgenoot te verraden.

Perec in de Pléiade

Georges Perec in de Pléiade

In samenwerking met Athenaeum Boekhandel, De Arbeiderspers en de  Stichting van Romanisten aan de Nederlandse Universiteiten

Evenement Spui25, Amsterdam.

1 juni 2017, 20.00-21.30 uur

perec 27636

In 1965 kreeg hij de Prix Renaudot voor zijn debuutroman Les Choses. In 1969 verwekte hij opschudding met een roman van ruim 300 pagina’s, La Disparition, waarin het gebruik van de letter e stelselmatig vermeden was. In 1975 publiceerde hij een semi-autobiografisch relaas over zijn jeugd als joodse wees in Vichy-Frankrijk. In 1978 werd zijn encyclopedische  magnum opus La vie mode d’emploi bekroond met de Prix Médicis. In oktober 1982, zes maanden na zijn voortijdige dood, werd een kleine planeet naar hem vernoemd. In 1994 kreeg hij zijn eigen straat in Parijs (20e). Samen met Calvino, Queneau en Roubaud behoort hij tot de bekendste leden van de Oulipo, een gezelschap van experimentele schrijvers. In de afgelopen vijfendertig jaar breidde zijn publiek zich  spectaculair uit, niet alleen met belletrie-lezers maar ook met architecten en vormgevers.

De komende maand rijst de ster van Georges Perec nog verder, met de publicatie van zijn oeuvre in de Bibliothèque de la Pléiade, het prestigieuze dundruk-pantheon van de Parijse uitgever Gallimard. Zijn status van hedendaags klassiek auteur is hiermee definitief bevestigd. Reden genoeg om Georges Perec (1936-1982) door vier kenners van zijn werk in de schijnwerpers te laten zetten.

Jean-Luc Joly gunt ons een blik op de ontdekkingen en verrassingen die bovenkwamen tijdens het langdurige en veeleisende proces van de bezorging van Perecs oeuvre in de Pléiade. Annelies Schulte Nordholt gaat in op La rue Vilin – vijf korte teksten over de Parijse straat waar Perec zijn vroege kindertijd heeft doorgebracht  –  als voorbeeld van zijn fascinatie met straten en pleinen, die fungeren als herinneringsplaatsen én als werkterrein van zijn streven om de kaders van ons dagelijks leven te doorgronden. Aan de hand van enkele voorbeelden uit La vie mode d’emploi laat Manet van Montfrans zien hoe virtuoos en lichtvoetig Perec het, voor hem met existentiële onzekerheid verbonden, thema van de vervalsing uitwerkt. Rokus Hofstede leest een lievelingspassage voor uit het door hem vertaalde Espèces d’espaces, over de hunkering naar een herbergzame wereld en het wantrouwen jegens gemeenplaatsen.

Voertalen Engels (J.-L. Joly) en Nederlands. Perec zelf zal in bewegend beeld aanwezig zijn. De avond wordt besloten met een pot de l’amitié.

Over de sprekers

Jean-Luc Joly doceert Franse Letterkunde aan de vooropleiding voor  de Ecole Normale Supérieure. Hij is gepromoveerd op een studie over Perec en heeft talrijke artikelen aan zijn werk gewijd. In de reeks Cahiers Georges Perec heeft hij de redactie gevoerd van de nummers 10 en 12 (Perec et l’art contemporain en Espèces d’espaces perecquiens). Hij is voorzitter van de Association Georges Perec en heeft voor de  Pléiade-editie La vie mode d’emploi en Un cabinet d’amateur bezorgd.

Manet van Montfrans is romanist en promoveerde op het werk van Georges Perec. Aan Perec wijdde zij tevens de monografie Georges Perec, een gebruiksaanwijzing (2003). Een keuze uit het essayistisch werk dat zij opbouwde tijdens en na haar docentschap aan de Universiteit van Amsterdam verscheen in haar boek Steltlopen door de tijd. Over geheugen en geschiedenis in de moderne Franse literatuur (2014)

Annelies Schulte Nordholt doceert Franse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Zij publiceerde over Maurice Blanchot, Marcel Proust en andere moderne en hedendaagse Franse auteurs. Over de Frans-joodse literatuur van na de oorlog verscheen  Perec, Modiano, Raczymow. La génération d’après et la mémoire de la Shoah (2008). Haar huidige onderzoek gaat over representaties van de stedelijke ruimte in de naoorlogse Franse literatuur, in het bijzonder bij Georges Perec.

Rokus Hofstede is literair vertaler en essayist, en de vaste vertaler van Pierre Michon. Hij ontving in 2005 de Elly Jafféprijs voor Ik ben geboren, een bundel losse teksten van Georges Perec.

Aanmelden:  spui25@uva.nl | T: 020 525 8142.

Bewegende beelden van Marcel Proust

Jean-Pierre Sirois-Trahan (Universiteit van Laval, Québec) vond onlangs in de archieven van het Centre National du Cinéma (CNC) filmopnames  van de bruiloft van Elaine Greffuhle met hertog Armand de Guiche, op 14 november 1904. Elaine was de dochter van graaf en gravin  Greffuhle, haar moeder stond model voor de figuur van Oriane de Guermantes in de Recherche. Te midden van de gasten die zich  hebben verzameld in de Madeleine en de trappen aflopen op weg naar het paviljoen waar het huwelijk zal worden gesloten, bevindt zich een man in grijze overjas en met bolhoed. Haastig probeert hij  de volgens het gangbare ceremonieel opgestelde stoet  te passeren.  Het is Marcel Proust. Drieëndertig jaar oud, goed bevriend met de bruidegom maar op het gefilmde moment kennelijk niet bereid om in ‘de pas’ te lopen.[1] Precies negen jaar later, op 14 november 1913, verscheen het eerste deel van de Recherche, waarin Prousts verteller zijn herinnering beschrijft aan zijn eerste ontmoeting met de hertogin de Guermantes tijdens een trouwplechtigheid in de kerk van Combray. Misschien geïnspireerd door de herinnering aan de mondaine gebeurtenis van 1904 en zijn ambivalente gevoelens tegenover de gesloten wereld van de adel van de Faubourg Saint-Germain.

De verteller ziet Mme de Guermantes in zijn herinnering voor zich tijdens de trouwplechtigheid van de dochter van dokter Percepied, in een kapel van de Saint Hilaire kerk, en ‘vooral tijdens de receptie in de sacristie die af en toe door de warme zon van een winderige onweersdag verlicht werd en waar Mme de Guermantes zich temidden van al die mensen van Combray bevond, van wie zij de namen niet eens kende, maar waarvan de inferioriteit te zeer haar eigen voortreffelijkheid aan het licht bracht, dan dat zij geen oprechte welwillendheid voor hen zou voelen en die zij bovendien door beminnelijkheid en eenvoud nog eens te meer hoopte te imponeren.’ (De kant van Swann, Vert. Thérese Cornips, De Bezige Bij, 2004, 229-230)

We kennen Proust van een aantal foto’s. Beroemd is het portret dat Jacques -Emile Blanche van hem schilderde. Maar hem zich te zien bewegen in de beau monde, al is het maar drie seconden, te midden van de adel die hij zo ongenadig en met veel humor in zijn Recherche zal portretteren, brengt hem even heel dichtbij.

[1]´Le pas´: de voorgeschreven orde waarin de adel defileerde.

Sirois-Trahan schreef een artikel over  zijn ontdekking : « Un spectre passa…. Marcel Proust retrouvé », Revue d’études proustiennes, n° 4, 2016 – 2, Proust au temps du cinématographe : un écrivain face aux médias, p. 19-30. https://www.classiques-garnier.com/editions.

Voor het filmpje zie: https://youtu.be/51COHIgjbYU

Nationale Wiskunde Dagen 2017

De stellingen van Perec. Wiskunde in de moderne Franse literatuur

(Abstract lezing,  Nationale Wiskundedagen Universiteit Utrecht, Freudenthal Instituut, februari 2017)

Romanschrijvers die zich inlaten met onwrikbare wiskundige structuren? Wiskundigen die zich wagen in het onzekere domein van literaire verzinsels? Ze bestaan. Een inspirerend voorbeeld van kruisbestuiving tussen wiskunde en literatuur is de Oulipo, een in 1960 opgerichte, op mathematische leest geschoeide Franse werkgroep voor experimentele literatuur. De leden van de Oulipo (Ouvroir de Littérature Potentielle/ Werkplaats voor Mogelijke Literatuur), stellen zich ten doel contraintes (strakke vormregels) te ontwerpen met behulp waarvan schrijvers het toeval uit hun werk kunnen bannen. Beperking bevrijdt, is hun stelregel. Beroepsmathematici zoals Claude Berge en Jacques Roubaud  hebben daarvoor materiaal uit verschillende gebieden van de wiskunde aangedragen.

Een van de sterauteurs van de Oulipo, Georges Perec, ontleende de structuur voor zijn meesterwerk, Het leven een gebruiksaanwijzing (La Vie mode d’emploi,1978) onder meer aan een 10X10 Grieks-Latijns vierkant. Inplaats van, zoals zijn mentor en mede-oprichter van de Oulipo Raymond Queneau het uitdrukte, ‘een willekeurig aantal personages als een troep ganzen nonchalant voor zich uit te drijven over een willekeurig aantal bladzijden of hoofdstukken’, vatte Perec honderden personages met hun levensverhalen in het raamwerk van een streng wiskundige patroon. En niet alleen zette hij het Parijse appartementengebouw dat een hoofdrol in zijn roman speelt, in de steigers van een Grieks-Latijns vierkant, maar hij liet de volgorde waarin zijn personages ten tonele komen bepalen door de oplossing van een bekend schaakprobleem. Toch hield Perec zich niet altijd aan zijn eigen contraintes.  Schijnbaar speelse ontregelingen  gunnen de lezer een blik op de donkere bron van zijn schrijverschap.

Aankondiging lezingencyclus 25 november 2016 : Vormvernieuwing in de moderne Franse literatuur

poesie_calligramme3Spelen met taal: Vormvernieuwingen in de Franse literatuur

Op 25  november 2016 organiseer ik namens de SRNU (Stichting Romanisten aan Nederlandse Universiteiten) en in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam een lezingencyclus over schrijvers die zich in hun werk op het spel met taal en vorm concentreren, van Restif de la Bretonne, Raymond Roussel en Guillaume Apollinaire tot de Oulipianen Raymond Queneau en Jacques Roubaud. Roussel en Apollinaire werden  beiden door de surrealistische avant-garde als voorlopers gezien; de Oulipo, het genootschap voor schrijvers en wiskundigen dat in 1960 door o.a. Queneau werd opgericht, en waarvan Italo Calvino, Georges Perec en Jacques Roubaud prominente vertegenwoordigers zijn, is anno 2016 nog steeds springlevend. Van de experimenten in de spreektaal is het verlan, het zogeheten achterstevoren praten (à l’envers), waarschijnlijk de meest bekende vorm. Maar niet iedereen zal weten dat het verlan al voorkomt in het werk van  de achttiende-eeuwse schrijver Restif de la Bretonne en dat ook oudere inwoners van het oer-Hollandse IJmuiden nog vloeiend ´achterstevoren´ kunnen praten, kijlioem tad tkijl la.

Apollinaire (1880-1918): Als er één vers raadselachtig is qua vorm en inhoud, dan is het wel Apollinaires éénregelige gedicht Chantre. Bij nadere beschouwing blijkt dit monostichon zo rijk aan dubbelzinnigheden, woordspelingen, dubbele bodems en mythologische verwijzingen dat Chantre nog in extremis is toegevoegd aan de drukproeven van de bundel Alcools (1913). De verrassende rijkdom van dit één-versregelige gedicht wordt uiteengezet in een analyse van intratekstuele en intertekstuele verbanden. Het gedicht biedt daarnaast aanknopingspunten voor het begrip van de vernieuwer Apollinaire met zijn latere Calligrammes  (1918).
Drs. Vic van der Toorn, oud-docent Frans en Latijn, Alfrink College te Zoetermeer

Raymond Roussel (1877-1933) heeft veel auteurs beïnvloed met zijn oorspronkelijke manier van schrijven. Een belangrijk deel van zijn werk ontstond door het toepassen van een procedé dat een verhaalwereld opbouwde met als uitgangspunt twee gelijkluidende (homonieme) woorden of zinnen die op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd. In de lezing zal worden nagegaan in hoeverre dit formalisme samengaat met Roussels uitspraak dat voor hem ‘de verbeelding alles is’.
dr. Sjef Houppermans, Universiteit Leiden

Jacques Roubaud (1932-)  Parc sauvage (2008), een verhaal over de lotgevallen van twee tijdens WWII ondergedoken kinderen, is een afsplitsing van het omvangrijke autobiografische proza-project (‘prose de mémoire’), ingeluid door ‘Le Grand Incendie de Londres’ (1989). In Parc sauvage hanteert de schrijver een Oulipiaanse contrainte, een zogeheten ‘eodermdrome’. Wat is de oorsprong van deze contrainte, wat voor rol speelt deze in de herinneringen aan een kindertijd in Vichy-Frankrijk, en wat is de verhouding van dit in de derde persoon geschreven verhaal tot de zesdelige autobiografische cyclus?
Mw. dr. Manet van Montfrans, Universiteit van Amsterdam

Restif de la Bretonne (1734 -1806) en de vissers van IJmuiden. In La Découverte australe beschrijft Restif de la Bretonne de taal van de Mégapatons die gekarakteriseerd wordt door het ‘achterstevoren’ praten (Restif wordt Fister). In deze lezing  wordt nader ingegaan op de manier waarop het verlan in onze tijd functioneert. Een vergelijking van het verlan van Megapatonië en IJmuiden zal laten zien dat de achttiende-eeuwse en de eigentijdse variant aan dezelfde contraintes onderworpen zijn.
dr. Haike Jacobs, Universiteit van Nijmegen

Oulipo en het plezier en de noodzaak van (re)creatief schrijven. Nanne Nauta, dichter, oprichter van SAd’E (Salon Artisanal d’Ecriture), een schrijversgroep in navolging van het Franse Oulipo, bedenker van het kruissonnet, de sudaiku en de hyperhaiku, neemt zijn toehoorders mee op een korte reis langs eigen werk en dat van enkele Oulipianen.

De lezingen zijn bedoeld voor docenten in het voortgezet onderwijs, studenten van universiteiten en hogescholen en een ieder die er belangstelling voor heeft, ter informatie en inspiratie. De sprekers zijn allen ervaren docenten aan universiteiten of aan het voortgezet onderwijs.

Universiteitsbibliotheek, Singel  425, Amsterdam220px-Guillaume_Apollinaire_Calligramme[1]
C1.13 (Belle van Zuylenzaal)

Tijd: 10.00-17.30 uur

Zie ook de website: www.romanisten.nl

Meer informatie:  m.a.e.vanmontfrans@uva.nl