Categorie archief: Boeken

Steltlopen door de tijd. Over geheugen en geschiedenis in de Franse literatuur

Montfrans Steltlopen hresSteltlopen door de tijd. Over geheugen en geschiedenis in de Franse literatuur, Amsterdam, Uitg. G.A.van Oorschot, 2014, 324 p.

De twintigste eeuw wordt als de roerigste eeuw uit de moderne Europese geschiedenis beschouwd en is zeker ook aan Frankrijk niet ongemerkt voorbijgegaan. Twee wereldoorlogen, twee dekolonisatie-oorlogen (Vietnam en Algerije), de culturele revolutie van Mei ’68 en snelle economische en technologische ontwikkelingen hebben geleid tot een cascade aan generatiebreuken. Hedendaagse schrijvers als Georges Perec, Patrick Modiano, Jean Rouaud en Laurent Mauvignier proberen langs verschillende wegen de toedracht van die breuken te achterhalen, te reiken naar datgene wat er aan voorafging en zo een zekere continuïteit te herstellen. Zij moeten het daarbij opnemen tegen de ongezeglijkheid van het eigen geheugen en dat van anderen. Marcel Proust geldt als de romanschrijver die de werking van het geheugen als literair thema op de kaart heeft gezet, en het is deze thematiek die de hier bijeengebrachte schrijvers met elkaar verbindt. Met grote, onzekere passen, als op stelten, zoeken zij zich een weg door de zee van de tijd.

Bestel: http://www.vanoorschot.nl/winkel/verhalen-novellen.html?page=shop.product_details&flypage=flypage_vo.tpl&product_id=22470

Het Rijksmuseum voor Volkenkunde, een droom

Madeleine Maaskant, Manet van Montfrans, Het Rijksmuseum voor Volkenkunde, een droom/ The National Museum of Ethnology, a dream, P PERS | Publishers, 2007, 54 blz. In Het Rijksmuseum voor Volkenkunde, een droom dwalen een architect en een letterkundige door de zalen van een negentiende-eeuws gebouw aan de Steenstraat 1 te Leiden. Ze denken aan de veelbewogen geschiedenis van de recente herinrichting van het museum en aan de reddende rol die La vie mode d’emploi (Het leven, een gebruiksaanwijzing), de vernuftig geconstrueerde, encyclopedische roman van Georges Perec daarbij heeft gespeeld. In de schemerachtige ruimtes van het museum zien zij, temidden van de talloze tentoongestelde voorwerpen met elk hun eigen verhaal, de figuren van de ontwerper, de verzamelaar, de conservator en de directeur van het museum opdoemen. Het zijn personages, net zoals zijzelf, in een verhaal dat op Perecquiaanse leest is geschoeid. http://www.p-pers.nl/

Georges Perec, een gebruiksaanwijzing

1001004001955865[1]Georges Perec, een gebruiksaanwijzing, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2003, 118 blz.

Een van de belangrijkste stelregels van Georges Perec luidde: ‘Schrijven is een spel dat je met zijn tweeën speelt.’ En maar zelden zal een oeuvre zozeer geschreven zijn vanuit de behoefte om met de lezer een kameraadschappelijk duel aan te gaan. Georges Perec, een gebruiksaanwijzing is een poging dit spel mee te spelen en de sporen te volgen die naar de inzet van dit sprankelende maar ook intens melancholieke oeuvre voeren. Een korte schets van Perecs leven en van de ontstaansgeschiedenis van zijn literatuuropvatting vormt de inleiding tot een aantal beschouwingen over de langere prozateksten – van De dingen tot en met Een kunstkabinet. Leidraad bij deze beschouwingen, geïllustreerd met foto’s en afbeeldingen van documenten, is de vraag hoe de door Perec zo vindingrijk gehanteerde vormen en technieken zich verhouden tot de verbeelding van zijn persoonlijke geschiedenis.

Georges Perec. La Contrainte du réel

perec_montfrans[1]Georges Perec. La contrainte du réel,  Amsterdam/Atlanta, Rodopi, 1999, 418 blz..

Jongleur virtuose de mots et de formes, observateur attentif de son époque, conteur intarissable, Georges Perec (1936-1982) est un écrivain dont la renommée ne cesse de croître auprès d’un public très diversifié, en France et à l’étranger. La discrétion et l’humour de Perec ont pu masquer en un premier temps le véritable enjeu de son oeuvre. Depuis le milieu des années quatre-vingt, on voit cependant se développer une sensibilité accrue à la place que l’Histoire tient dans l’oeuvre de cet auteur, né en 1936 à Paris, dans une famille d’immigrants d’origine juive polonaise. Cet ouvrage retrace d’une part l’élaboration progressive de la poétique perecquienne qui s’est nourrie des expérimentations littéraires et des échanges intellectuels au sein de l’Oulipo. D’autre part, il confronte ce projet d’écriture à l’analyse de trois textes narratifs, Un homme qui dort, W ou le souvenir d’enfance et Un cabinet d’amateur. Ecrire est, selon Perec, un jeu qui se joue à deux, entre l’écrivain et le lecteur. Une fois qu’il s’est laissé séduire par les énigmes de ces textes, le lecteur doit accepter de suivre Perec à tâtons dans les méandres de son labyrinthe. Ce n’est que lorsqu’il consent à s’associer patiemment au mouvement de l’auteur qu’il comprendra ce autour de quoi tournent ces textes et vers quoi, sans cesse, ils retournent.