Tagarchief: Georges Perec

Het Rijksmuseum voor Volkenkunde, een droom

Madeleine Maaskant, Manet van Montfrans, Het Rijksmuseum voor Volkenkunde, een droom/ The National Museum of Ethnology, a dream, P PERS | Publishers, 2007, 54 blz. In Het Rijksmuseum voor Volkenkunde, een droom dwalen een architect en een letterkundige door de zalen van een negentiende-eeuws gebouw aan de Steenstraat 1 te Leiden. Ze denken aan de veelbewogen geschiedenis van de recente herinrichting van het museum en aan de reddende rol die La vie mode d’emploi (Het leven, een gebruiksaanwijzing), de vernuftig geconstrueerde, encyclopedische roman van Georges Perec daarbij heeft gespeeld. In de schemerachtige ruimtes van het museum zien zij, temidden van de talloze tentoongestelde voorwerpen met elk hun eigen verhaal, de figuren van de ontwerper, de verzamelaar, de conservator en de directeur van het museum opdoemen. Het zijn personages, net zoals zijzelf, in een verhaal dat op Perecquiaanse leest is geschoeid. http://www.p-pers.nl/

Georges Perec, een gebruiksaanwijzing

1001004001955865[1]Georges Perec, een gebruiksaanwijzing, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2003, 118 blz.

Een van de belangrijkste stelregels van Georges Perec luidde: ‘Schrijven is een spel dat je met zijn tweeën speelt.’ En maar zelden zal een oeuvre zozeer geschreven zijn vanuit de behoefte om met de lezer een kameraadschappelijk duel aan te gaan. Georges Perec, een gebruiksaanwijzing is een poging dit spel mee te spelen en de sporen te volgen die naar de inzet van dit sprankelende maar ook intens melancholieke oeuvre voeren. Een korte schets van Perecs leven en van de ontstaansgeschiedenis van zijn literatuuropvatting vormt de inleiding tot een aantal beschouwingen over de langere prozateksten – van De dingen tot en met Een kunstkabinet. Leidraad bij deze beschouwingen, geïllustreerd met foto’s en afbeeldingen van documenten, is de vraag hoe de door Perec zo vindingrijk gehanteerde vormen en technieken zich verhouden tot de verbeelding van zijn persoonlijke geschiedenis.