Tagarchief: Modiano

In de Kast: Poste Restante, een bericht uit 1945

Manet van Montfrans, ‘In de Kast: Poste Restante, een bericht uit 1945. Over Franse literatuur, vervolging en volharding’. In : Vooys, 34 (3), 2016, 58-65. 

Françoise Frenkel, Rien où poser sa tête, Parijs, Gallimard, 2015 [Genève, 1945].

Ned. vertaling Marianne Kaas, Niets om het hoofd op neer te leggen, Atlas/Contact, 2018.

De Passauerstrasse in 1934 met de boekwinkel van Françoise Frenkel
De Passauerstrasse in 1934 met de boekwinkel van Françoise Frenkel

In 1921 begint Françoise Frenkel, een jonge vrouw van Pools-Joodse afkomst die Franse taal en letterkunde heeft gestudeerd aan de Sorbonne, een Franse boekhandel in Berlijn: ‘La Maison du Livre francais’.

Dante chez Modiano

DANTE CHEZ MODIANO : une divine comédie à Paris

Résumé

Dans l’oeuvre de Patrick Modiano, la topographie parisienne joue un rôle de premier ordre. Renvoyant d’un côté à une certaine réalité extratextuelle, de l’autre à des ouvrages antérieurs de Modiano où ils figurent, les noms de lieux charrient d’un roman à l’autre des sédiments de sens de plus en plus considérables. Tout en s’inscrivant dans le réseau d’associations bien connu des lecteurs familiers de Modiano, les lieux parisiens qu’il évoque dans son roman Dans le café de la jeunesse perdue revêtent une dimension nouvelle et surprenante grâce aux rapports intertextuels avec la Divine Comédie de Dante.

Link: http://www.revue-relief.org

Pour citer cet article: Manet van Montfrans, Dante chez Modiano: une divine comédie à Paris, RELIEF – REVUE ÉLECTRONIQUE DE LITTÉRATURE FRANÇAISE. 2(1), pp.1–21. DOI: http://doi.org/10.18352/relief.127

De landmeter van Parijs

Patrick Modiano: Du plus loin de l’oubli, Uitg. Gallimard, 1996.

In Du plus loin de l’oubli borduurt Patrick Modiano voort op het stramien van eerdere romans zoals Un cirque passe (1992) en Chien de Printemps (1993). Ook dit keer is zijn verteller weer een ik-figuur die, ronddwalend door de straten van Parijs, terugblikt op een episode uit zijn verleden en zich daarbij een samenhangend beeld probeert te vormen van de gebeurtenissen die daarin hebben plaatsgevonden en van de mensen die toen zijn pad hebben gekruist. Opnieuw zijn die pogingen tevergeefs, want het geheugen van de ik-figuur schiet te kort en zijn vrienden van destijds heeft hij allang uit het oog verloren.

Het avontuur waar de verteller aan terugdenkt als hij op een winterse dag in 1994 in zijn oude aantekeningen kijkt, begint in 1964. Hij is dan negentien jaar oud en heeft de banden met zijn ouders verbroken. Op zijn doelloze wandelingen door het Quartier Latin ontmoet hij een iets oudere man, Gérard Van Bever en zijn vriendin, Jacqueline. Het zijn typische Modiano-figuren, hun antecedenten zijn al even vaag en onbestemd als hun bezigheden. Jacqueline lijdt aan een etherverslaving en laat zich onderhouden door Van Bever die in de casino’s aan de Franse kust gokt. Eenzaamheid en onzekerheid drijven de ik-figuur en Jacqueline in elkaars armen. Ze vluchten met een koffertje vol gestolen bankbiljetten naar Londen en komen daar terecht in een cosmopolitische gemeenschap van op drift geraakte jongeren.

Terwijl Jacqueline vervalt in haar oude gewoontes en zich compromitteert met louche figuren, werkt de ik-figuur aan een roman die in Parijs speelt. Niet voor niets wordt Modiano soms gekarakteriseerd als ‘de landmeter van Parijs’. Ook als hij, heel soms, de handeling van zijn romans verplaatst naar andere steden, kan hij zich niet losmaken uit het web van de kades, boulevards en straten van zijn geboortestad die hij, boek na boek, stukje bij beetje, in kaart brengt. Op een dag verdwijnt Jacqueline spoorloos en daarmee komt aan het Londense intermezzo een eind. Jaren later zal de verteller haar in Parijs nog twee keer vluchtig ontmoeten. Op de vragen die hij zich inmiddels is gaan stellen, krijgt hij echter geen antwoord.

Geluk is bij Modiano nooit meer dan een ogenblik van respijt en het verleden dankt zijn zuigkracht dan ook niet zozeer aan een verloren gegane harmonie, maar aan een verborgen dreiging die bezworen dient te worden. Het geheugen faalt echter, en de dreiging blijft. Modiano verbeeldt in Du plus loin de l’oubli de angstige nostalgie van zijn verteller zoals altijd op een onnavolgbaar onnadrukkelijke manier, in helder en sober proza.

Manet van Montfrans, NRC Handelsblad, 19 april 1996.

Rêveries d’un riverain. La topographie parisienne dans l’oeuvre de Patrick Modiano

‘Rêveries d’un riverain. La topographie parisienne dans l’oeuvre de Patrick Modiano’, Etudes réunies par Jules Bedner, CRIN 26, 1993, 85-101.

Résumé:

Un élément essentiel dans l’oeuvre de Patrick Modiano est l’attention portée à la topographie des lieux romanesques. Ses romans sont ponctués par de multiples évocations d’adresses et d’itinéraires, très souvent repris au monde réel. Les noms des rues, les numéros des maisons, les stations de métro, les ponts, les places, les monuments, sont mentionnés avec précision mais  aussi avec un tel naturel que le lecteur, dans son besoin fondamental de cohérence, a tendance à ne pas les remarquer. Cependant, la récurrence, d’un roman à l’autre, des mêmes détails topographiques, finit par mobiliser ce même besoin de cohérence et par susciter la question de la fonction précise de ces noms de lieux, qui, après de multiples rencontres, perdent leur fonction de désignation du réel pour dessiner dans le texte des zones d’indétermination, des zones d’ombre.

Lien pdf: Modiano reveries d’un riverain

 

Pour citer cet article :

Manet van Montfrans, ‘Rêveries d’un riverain. La topographie parisienne dans l’oeuvre de Patrick Modiano’, Etudes réunies par Jules Bedner, CRIN 26, 1993, 85-101.