Tag archieven: [:nl]Proust[:]

Bulletin Marcel Proust Vereniging 7, 2016

15284908_771243143014840_4696310774460525683_n1Manet van Montfrans & Wouter van Diepen (red.), Bulletin (7) van de Marcel Proust Vereniging Nederland, Amsterdam, De Boekdrukker, 2016.

Voor Proust had lezen alleen zin als het hem aanzette tot eigen creativiteit.  En misschien is de beste manier om vertrouwd te raken met A la recherche du temps perdu ook wel om dit werk te vertalen of erover te schrijven. Aan studies over Proust ontbreekt het niet, maar toch daagt zijn werk telkens weer uit tot zelf nadenken en formuleren.

De medewerkers aan dit nummer van het Bulletin van de Nederlandse Marcel Proust Vereniging, vertalers én schrijvers, hebben de handschoen opgenomen. Of ze nu persoonlijk of meer beschouwend schrijven, allemaal hebben ze een onderwerp gekozen dat hun ter harte gaat: de Recherche als remedie tegen hopeloze verhoudingen of als voorbode van de relativiteitstheorie, de telefoonscènes als variaties op de mythe van Orpheus en Euridice, de controverse van Proust met Bergson, Chantal Akermans verfilming van de verstikkende jaloezie in De gevangene.

Met de dood van Thérése Cornips is de stem van een van Prousts grote twintigste-eeuwse vertalers verstomd. Zij wordt in dit Bulletin herdacht.

Met bijdragen van Freek Bakker, Amadeu Cuito, Wouter van Diepen, Egbert Dommering, Sjef Houppermans, Nell de Hullu, Janneke van der Meulen, Manet van Montfrans, Jelle Noorman,  Annelies Schulte Nordholt, Sabine van Wesemael.

Link: www.marcelproustvereniging.nl

Sensations proustiennes

MPA 13 96904Ce numéro 13 de Marcel Proust Aujourd’hui, ‘Sensations proustiennes’ (novembre 2016), regroupe une dizaine d’articles, en français, traitant de de la notion de ‘sensation’ sous plusieurs perspectives : une recherche basée sur la sémiotique et la phénoménologie ; une approche partant des portraits de peintres dans Les Plaisirs et les Jours ; une étude de l’ivresse ; la chambre en tant qu’espace générateur d’une part, polysignifiant de l’autre ; l’érotisme d’Albertine, ainsi que la transposition des sensations dans le domaine du cinéma. En plus des études sur ‘le roman noir’, sur les modalités de la traduction et sur le dynamisme des titres chez Proust complètent ce panorama.

Dying for time. Proust, Woolf, Nabokov

Bespreking van Martin Hägglund, Dying for Time. Proust, Woolf, Nabokov, Harvard University Press, Cambridge,  Publicaties | Nexus Instituut Leestafel, 2014.

De Zweedse filosoof en literatuurwetenschapper Martin Hägglund (1976) verwierf in 2008 bekendheid met de studie Radical Atheism: Derrida and the Time of Life. Uit de titel blijkt al de strekking van het boek: Hägglund ziet Derrida als een denker voor wie er buiten het sterfelijk leven niets is, en neemt daarmee stelling tegen de pogingen van bijvoorbeeld de filosoof John D. Caputo om de ideëen van de in 2004 overleden Frans-Algerijnse filosoof in een religieus kader te plaatsen.

In Dying for Time gaat Hägglund opnieuw in tegen de filosofische traditie die, van Plato tot Freud en Lacan, angst voor de dood en de eindigheid doet voortkomen uit een verlangen naar onsterfelijkheid, naar een staat van zijn die niet aan verandering onderhevig is. Volgens Hägglund verlangen we helemaal niet naar onsterfelijkheid; integendeel, onze angst voor de dood komt voort uit onze gehechtheid aan het eindige leven. Zijn hoofdargument is dat verlangen altijd is gebonden aan tijd. Als er geen tijd zou zijn, zou er geen verlangen mogelijk zijn. Ons verlangen ontstaat en wordt onderhouden door het besef dat de dingen waar we om geven, verloren kunnen gaan. Vervulling van het verlangen is niet onmogelijk, maar wel noodgedwongen tijdgebonden. En op het moment waarop vervulling plaatsvindt, dreigt al het verlies.

Link : https://www.nexus-instituut.nl/leestafel/329-dying-for-timeMartin Hägglund

Bulletin Marcel Proust Vereniging 6, 2014

Manet van Montfrans & Wouter van Diepen (red.) , Bulletin (6) van de Marcel Proust Vereniging Nederland, Amsterdam, Rodopi, 2014.

Wereldwijd was 2013 een hoogtepunt wat Proust betreft: precies honderd jaar geleden verscheen Du côté de chez Swann. Hoe was het om in 1913 het eerste deel van de Recherche te lezen? We kennen de zeer uiteenlopende reacties van Prousts eerste lezers maar ons werkelijk verplaatsen in de kennis, het gemoedsleven en de verwachtingen van een lezer uit de Belle Epoque is moeilijk. Wel kunnen we achterhalen hoe onze tijdgenoten Prousts romancyclus lezen.  Dit nummer bevat  de bespiegelingen van een aantal hedendaagse bewonderaars van Proust:  Joep Leerssen, Ad van der Made, Manet van Montfrans, Gijs van der Zalm, Nell de Hullu, Frans Jacobs, Nelly Moerman,  Annelies Schulte Nordholt en Sjef Houppermans.

Link: www.marcelproust.nl

Perec, Roussel et Proust: trois voyages extraordinaires à Venise

Résumé
L’oeuvre de Perec comporte de nombreuses références à celle de Proust. Mais loin de se précipiter sans réserves dans les bras de son grand prédecesseur, Perec fait preuve d’une ambiguïté constante à son égard. Par contre, Raymond Roussel, contemporain de Proust, compte avec Flaubert, Jules Verne, Kafka, Queneau et Leiris, parmi les auteurs inconditionnellement admirés par Perec. Dans l’essai pseudo-scientifique, « Roussel et Venise. Esquisse pour une géographie mélancolique», écrit par Perec en collaboration avec Harry Mathews, les deux auteurs oulipiens ont enrichi la biographie de Roussel d’un épisode imaginaire qui se déroule à Venise. Cet essai est beaucoup plus qu’un pastiche de critique biographique ou un exposé ludique sur les procédés de Roussel. Perec y a encrypté son autobiographie, et en particulier la place qu’y occupent ses voyages à Venise. Or, on s’en doute bien, dans l’oeuvre de Perec, Venise représente tout autre chose que dans celle de Proust. Par le biais de Roussel, Perec reprend et subvertit une fois de plus de manière ludique les leçons de Proust1.

Lien: http://associationgeorgesperec.fr/IMG/pdf/montfrans.pdf

Pour citer cet article: Manet van Montfrans, (2009). Perec, Roussel et Proust: trois voyages extraordinaires à Venise. In Marcel Proust Aujourd’hui, 7, 139-157.