Categorie archieven: [:nl]Personalia (Curriculum Vitae)[:]

Duistere geheimen van het Huis van bewaring aan de Quai de l’Horloge

De duistere geheimen  van het Huis van Bewaring aan de Quai de l’Horloge

In Le monde van 14 juni 2024 publiceerde Modiano-kenner en journalist Denis Cosnard een groot artikel over de opzienbarende resultaten van een archiefonderzoek, titel: Le “dépôt”, prison oubliée de Paris.

Waar was de Joodse Dora Bruder tussen 15 en 19 juni 1942? Dat is een van de vragen waarop Patrick Modiano in zijn aangrijpende roman uit 1996 over dit tot dan toe onbekende slachtoffer van de nazipraktijken het antwoord schuldig moest blijven. Op 15 juni werd het zestienjarige meisje door de wijkpolitie afgeleverd op het adres van haar ouders, 41, Boulevard Ornano, in Parijs; op 19 juni kwam zij aan in het doorgangskamp Les Tourelles bij de Porte des Lilas van waaruit ze via Drancy naar Auschwitz werd gedeporteerd. Misschien, schreef Modiano, is zij in die junidagen overgebracht naar het Huis van bewaring van de Préfecture de police op het Île de la Cité.

Nu, bijna dertig jaar later, blijkt zijn veronderstelling juist te zijn geweest. Tijdens haar onderzoek naar de archieven van de Parijse Préfecture de police ontdekte politiek wetenschapper Johanna Lehr dat daar tijdens de bezetting 11.000 Joden zijn opgebracht vanwege de overtreding van een van de talloze maatregelen die hun dagelijks leven inperkten. Het personeel van deze politiepost in het hart van Parijs was Frans, aan het hoofd stonden twee Franse, rabiaat antisemitische politie-inspecteurs die vloeiend Duits spraken, Jalby en Jürgens. In het nauwkeurig bijgehouden register stonden, behalve de naam van Dora Bruder, ook hun namen en de datum waarop zij werd ondervraagd, 18 juni 1942.

Geen van de Joden die dit Huis van bewaring passeerden, kwam weer op vrije voeten. Ook de namen van de moeder van Georges Perec, Cécile Szulewicz, haar vader Aron en haar zusje Fanny zijn te vinden in dit register; ook zij kwamen in 1943 via deze tot dusverre onbekende omweg terecht in Drancy en later in Auschwitz. Cécile Burdej, de moeder van Dora Bruder, zat in hetzelfde transport (11 februari 1943) als Cyrla Szulewicz.

 

Zie mijn bespreking : ‘ Dora Bruder van Patrick Modiano’, NRC 20 juni 1997. Autobiografische documentaire van Modiano; De band tussen Parijs toen en nu – NRC Autobiografische documentaire van Modiano; De band tussen Parijs toen en nu – NRC

Personalia

Personalia

Manet van Montfrans studied Romance languages (French and Spanish) at the University of Amsterdam, where she obtained her bachelor’s and master’s degrees cum laude. From 1982 to 1986 she taught French Literature at COCMA, (Centrale Opleiding Middelbare Akten) in Utrecht, and from 1986 to 2009 she was assistant professor of Modern European and French Literature and Culture at the Department of European Studies of the University of Amsterdam. Since 2009 she has worked as a researcher for the chair in Modern European Literature. From 1982 to 1998 she reviewed South-African and French Literature for NRC Handelsblad, and in 1999 obtained her doctorate degree cum laude with a literary dissertation, namedGeorges Perec. La Contrainte du réel.

As editor-in-chief of the French Library (Publ. G.A.van Oorschot) she supervised some 30 translations of contemporary French fiction.

Since 2002 she has been a board member of the Marcel Proust Society, coeditor of the annual bilingual journal Marcel Proust aujourd’hui and of the Marcel Proust Bulletin. In addition, she was president and is now member of the board of SNRU (Stichting van Romanisten aan Nederlandse Universiteiten), the Foundation of Romanists at Dutch Universities.

Links:

Research interests

Manet van Montfrans has specialized in the work of Georges Perec – her doctorate dissertation dealt with autobiography and the constraint of form in the prose of Perec, while the focus of her present research is on other aspects of his work such as the intertextual dimension (Barthes, Calvino, Cayrol, Proust) and the part played by topography and space. Her publications on Patrick Modiano follow naturally from her Perec research since the two writers are thematically related.

French literature after 1980 is another area of special interest, and more particularly the so called ‘récits de filiation’ with their representation of the disappearance of traditional communities from the French countryside and the former industrial areas, largely as a result of demografic and technological developments after World Wars I and II (Bergounioux, Bon, Jourde, Lafon, Michon and Rouaud). A third area of research is the reflection on the wars of decolonization of the 50s and the 60s by writers such as Didier Daeninckx, Laurent Mauvignier and Patrick Deville.

Current research projects:

  • Film and Literature in the novels of Patrick Modiano
  • Comité scientifique colloquium ‘Des arts visuels à l’écriture romanesque dans l’œuvre de Pierre Michon’,  Université Babeş-Bolyai de Cluj-Napoca, 26-28 mei 2016, Cluj Napoca Roumanie.
  • Editor of the  collected works of Pierre Michon (Publ. G.A. van Oorschot).